Analoge tachograaf
Definitie
De analoge tachograaf is de mechanische voorganger van de digitale tachograaf. Het apparaat — vroeger meestal van Kienzle, VDO of Motometer — registreert snelheid, afstand en activiteitstype door middel van drie tekenstiften die continu krassen op een waxen schijf van 24 uur. Sinds 1 mei 2006 is de analoge tachograaf wettelijk niet meer toegestaan in nieuw geregistreerde EU-voertuigen, maar in voertuigen die voor die datum zijn geregistreerd, blijft het apparaat geldig zolang het correct functioneert en periodiek wordt gekalibreerd.
Elke schijf moet voor aanvang van de werkdag worden voorzien van naam van de bestuurder, voertuigkenteken, datum en begin-kilometerstand. Aan het einde van de dienst noteert de bestuurder de eindkilometerstand. De schijven moeten gedurende 28 dagen in het voertuig aanwezig zijn voor wegcontrole en daarna minimaal één jaar in een centraal archief van de werkgever worden bewaard, conform artikel 33 Verordening (EU) 165/2014.
In de praktijk verdwijnen analoge tachografen snel uit het Nederlandse wagenpark. Volgens cijfers van CBS en RAI Vereniging is op peildatum 1 januari 2026 nog minder dan 0,4 procent van het in Nederland geregistreerde tachograafplichtige wagenpark uitgerust met een analoge eenheid — vrijwel uitsluitend oldtimers, classic-trucks van verzamelaars en enkele specialistische voertuigen die niet meer commercieel worden ingezet.
Bij wegcontroles richt de ILT-handhaving zich op leesbaarheid van de schijven, juiste invulling van het identificatieblok en intactheid van de zegelplombering op het apparaat. Beschadigde of onleesbare schijven leiden tot een boete van minimaal €220 per overtreding (Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet vervoer).
Bron: ILT.nl — Analoge tachograaf-bepalingen; Verordening (EU) 165/2014, art. 35; CBS — Bedrijfsvoertuigenpark 2026; RAI Vereniging — Voertuigleeftijdsstatistiek.
Praktijkvoorbeeld
Een collectioneur van klassieke vrachtwagens uit de jaren tachtig rijdt twee keer per jaar met zijn Scania 142 op evenementen. Het voertuig heeft nog de originele Kienzle 1318 analoge tachograaf. Voor elke deelname plaatst hij een nieuwe schijf, vult het identificatieblok in en archiveert na afloop alle schijven van het seizoen in een fysieke ordner — voldoende voor de jaarlijkse APK en eventuele steekproefcontrole.
Veelgestelde vragen over analoge tachograaf
Mag ik nog rijden met een analoge tachograaf?
Alleen in voertuigen die vóór 1 mei 2006 voor het eerst zijn geregistreerd. Bij elke nieuwe registratie of bij vervanging na schade is een digitale of slimme tachograaf verplicht. De analoge variant mag niet retroactief worden geïnstalleerd.
Hoe lang moet ik analoge tachograafschijven bewaren?
De laatste 28 schijven moeten in het voertuig aanwezig zijn. Daarna moet de werkgever ze minimaal één jaar in een centraal archief bewaren. Voor uitkeringsdoeleinden (loon, pensioenopbouw) wordt vaak een ruimere bewaartermijn van vijf tot zeven jaar aangehouden.
Wat als mijn analoge tachograaf defect raakt?
Reparatie alleen door een door RDW-erkende werkplaats. Vervangen door een gelijkwaardige analoge eenheid is theoretisch toegestaan, maar in de praktijk vrijwel onmogelijk omdat reserveonderdelen niet meer worden geproduceerd. Een upgrade naar een Smart Tachograaf 2 is vrijwel altijd de enige praktische optie.
